De verkeerden hebben gewonnen
Berlijn, 4 april 1999
Buiten schijnt de zon over de verlaten straten van Prenzlauerberg, een wijk in het oosten van Berlijn. Het is eerste paasdag en nog vroeg in de ochtend. Er wordt gebeld. Door het kleine oog in de deur zie ik Kai (45). We hebben elkaar lang niet gezien en omarmen elkaar. Dan neemt hij me mee naar het raam en wijst naar beneden. Daar staat een gloednieuwe zilvergrijze BMW met open dak. Ik bewonder en moet lachen. “Een goed middel tegen de overgang” zegt hij als hij mijn ironische grijns ziet. We gaan uit rijden. Het is grotesk vind ik, om met zo’n uiting van kapitaal door het voormalige oosten te rijden, maar Kai heeft er geen problemen mee. We rijden naar een straat in de buurt van het Kate Kollwitzplein, we zijn nog steeds in Prenzlauerberg. Op een rommelige binnenplaats wijst hij trots naar boven. Hier komt z’n nieuwe appartement, in november dit jaar is het klaar. Hij is een van de vele mensen uit het westen, die zich na 1989 in de meest gewilde wijk van Berlijn vestigden.
Kai heeft voor de val van de muur in West-Berlijn gewoond maar is teruggekeerd naar Hamburg, zijn geboortestad. Omdat hij regelmatig heimwee heeft en omdat een woning in Prenzlauerberg een goede investering is, heeft hij een appartement gekocht van 40 m2.
We drinken koffie in de zon, praten over oost en west, we rijden door de stad en we ontbijten op de stille binnenplaats van ‘Kunstwerk’, één van de vele nieuwe galeries in Berlin-Mitte.
Kai: “De staat die DDR heette, was als een pappa en een mamma voor haar inwoners. Er werd voor de mensen gezorgd. Ze kregen een opleiding, vervolgens een stageplaats en een baan. Ze kregen een goedkope woning, een plaats in de crèche voor hun kinderen, goedkoop openbaar vervoer en al was er weinig keuze, er was altijd te eten. Alcoholisten leefden niet op straat maar hadden werk en een woning. Dat ze op hun werk niets uitvoerden, was niet van belang. Al maakt dat wel duidelijk waarom veel DDR-produkten er zo uitzagen zoals ze er uitzagen.
Je hebt van die professionele ‘kwalijknemers’ uit de voormalige DDR, die het goede willen uit het westen, geld en luxeprodukten, én het goede uit het oosten. Ze hadden zekerheden maar moesten daarvoor een prijs betalen, namelijk leven in een door de staat gecontroleerde samenleving. Vrijheid is een droom, de realiteit is ambivalent, dat was zo in het oosten en dat is in het westen niet anders. Nu leven de mensen in een vrije staat, nu kunnen ze overal naar toe en alles kopen, maar de zekerheden zijn weggevallen. Geld lijkt voor velen de weg naar de vrijheid, maar Janis Joplin zong het al: “Freedom is another wordt for nothing left to lose”.
Ik zeg dat hij mooi praten heeft met z’n BMW en z’n twee eigen huizen.
Kai: “Geld maakt niet gelukkig maar is voor mij een pleister op de ziel. Hoe meer pleisters des te minder ik voel dat ik ben gekwetst. Het is erg om, ik noem dat altijd symbolisch, ‘een orgasmeprobleem’ te hebben terwijl je in een smerige, lekkende, gehorige woning woont. Hetzelfde probleem, maar dan in een luxe designwoning, weegt veel minder zwaar.
In het kapitalisme heb je winnaars en verliezers. Als winnaar krijg je alle respect, als verliezer hooguit medelijden. De verliezer zit in een vicieuze cirkel naar beneden, de ene kwetsure stapelt zich op de andere.”
Ik vraag of hij soms de beroemde NLP methode, het neurolinguistisch programmeren, heeft bestudeerd. De door een Amerikaan bedachte ‘weg naar het succes.’
Kai: “Mijn huidige vriendin heeft veel ellende meegemaakt, maar ik heb van haar geleerd om altijd weer overal het goede uit te halen. Als ik midden in iets naars zit vraagt ze altijd: wat is het goede er aan? Mijn oma zei altijd: “als iemand problemen heeft en je kunt helpen, dan moet je ‘t doen. Zo niet, ga dan weg.” Een alcoholicus ‘helpen’ zoals dat in de DDR bijvoorbeeld gebeurde, is ‘m vasthouden in z’n ziekte, in het patroon waar iemand uit zou moeten stappen. Je kunt iemand alleen helpen met realistische dingen.”
Kai is in 1954 in Hamburg geboren en grootgebracht door zijn moeder. Zijn haar is grijzend en de spiegelende zonnebril heeft hij tijdens het gesprek afgezet. Hij heeft informatica gestudeerd en kwam in januari 1984 naar de universiteit in West-Berlijn om er als onderzoeker te werken en z’n tweede proefschrift te schrijven. Berlijn was niet direct een eerste keuze, het liefst was hij in Hamburg gebleven.
Hij woonde in verschillende woongroepen in Berlin-Wilmersdorf en Berlin-Schöneberg.
In Hamburg was hij actief in de linkse autonome beweging, hij deed onder andere mee aan demonstraties tegen atoomwapens en kernenergie in Nederland en Duitsland.
In Berlijn keerde hij zich af van de politieke scène omdat die te hard en te gewelddadig werd.
West-Berlijn was een ‘Bundeswehrfreie zone’, had geen eigen (Duits) leger. Vlak na de tweede wereldoorlog werd het westelijk deel van de stad verdeeld in een Britse, Franse en Amerikaanse zone en ook bewaakt door troepen uit die landen. Veel linkse jongens van achttien jaar gingen naar West-Berlijn om niet in het Duitse leger te hoeven. Als je er ging werken kreeg je 7% extra loon, de Berlijn-toelage, als goeddoening voor alle lijden dat je ondervond, omdat je in een ommuurde stad woonde, maar ook omdat dit deel van de stad in snel tempo verouderde en men jonge mensen nodig had. Er was veel geld voor allerlei projecten die vooral door mensen uit de alternatieve scène op poten werden gezet. Het was (en is) een eldorado voor welzijnswerkers, kunstenaars en studenten. Het was de etalage van het westen.
Kai: “Ik heb van tevoren goed nagedacht en kwam tot de conclusie dat er niet zoveel verschil was met mijn sociale leven in Hamburg, waar ik me ook maar in drie á vier buurten van de stad ophield. Het enige vervelende was dat ik minder mogelijkheden had om motor te rijden.
Om op landwegen te komen moest ik eerst 250 kilometer over de transit door de DDR. Je had ook het gedoe om in de DDR te komen, tien mark entree en de verplichting om vijftien mark uit te geven. Ik had er niet kunnen leven. De linkse mensen in de DDR waren over het algemeen humorloos. En als je bijvoorbeeld met z’n vijven aan een tafeltje in de kroeg wilde zitten, mocht je geen stoel bij een ander tafeltje weghalen. Het was naar mijn mening geleefde shit.
Ik was bij de demonstraties in Gorleben, tegen het vervoeren van uranium per trein. Van daaruit wilde ik naar het proces tegen Fritz Teufel in Berlijn, Teufel was één van de geniaalste linkse mensen in Duitsland. Ik moest vier maal de grens passeren, werd vier maal tot op het bot onderzocht en op de terugweg dezelfde terreur nog een keer.
Ik heb in totaal 222 stempels in mijn paspoort, de jongens aan de grens kenden me op een gegeven moment goed. In Oost-Berlijn kreeg ik eens een belachelijke bekeuring omdat ik mijn voeten niet op de pedalen van mijn motor had. De agent zei dat ik altijd moest kunnen remmen. Ik legde hem uit dat ik handremmen had. Vervolgens kreeg ik een lezing van een half uur. Op de transit reden ze steeds om me heen om me te fotograferen. Ze wilden verhinderen dat Wessies graag in Berlijn woonden maar ach, ik rijd nu nog steeds door de ‘tunnel’ naar Hamburg. Het was een grap om zo snel mogelijk over de transit te rijden zonder een bekeuring te krijgen. Het hield me wakker. Ik wist precies waar de jongens stonden met hun snelheidscontroles. Ik stop nog steeds bij dezelfde wegrestaurants en drink daar dezelfde vreselijke koffie. Het waren absurditeiten, maar niet van doorslaggevende invloed op mijn leven.
Zomer 1989 ben ik teruggegaan naar Hamburg. Ik heb de ‘Wende’ op de televisie gevolgd. Het was al heel lang mijn wens om met m’n geliefde arm in arm onder de Brandenburger Tor door te lopen. Ik wilde persé nog een stempel in m’n pas van ná november 1989 en ik kreeg er nog één ook, van een soldaat van de grenstroepen. Ze hadden altijd een koffer, met een leren band. Daarin werd je pas gelegd en vervolgens werd er gestempeld.”
Is de vereniging ook echt een vereniging?
“Er ging lange tijd een gerucht door het land: Toen de muur openging, reden de mensen uit het oosten met hun trabbi’s over de grens. De mensen uit West-Berlijn sloegen daarbij met hun handen op de daken. Beng, beng, beng… nur zur Besuch, nur zur Besuch…
Vlak na de ommekeer wilde La Fontaine van de SPD de twee staten langzaam naar elkaar toe laten groeien, maar het is allemaal veel sneller gegaan. Ik ben cynisch over de motieven van de mensen uit het oosten. Tijdens de eerste demonstraties in Dresden riepen ze nog “Wij zijn het volk”, daarna “Wij zijn één volk”, maar daaronder hoorde ik “Wij willen de West-Duitse mark”. Het grootste deel van de mensen wilde z’n woning, werk en verder al het goede uit de DDR behouden en vervolgens op vakantie naar Majorca. Al na twee jaar waren de trabbi’s, waren alle meubels en alle apparaten uit het oosten verdwenen. Ze wilden het westen. Je hebt van die stikkers met de tekst: ‘Je hebt CDU gekozen, dus beklaag je niet’. Helmuth Kohl won in 1990 de verkiezen, mede door de stemmen uit het oosten. Kohl bracht de sterke Duitse mark.
Je moet het reëel zien. Alle industrie in het oosten was niet meer waard dan een paar miljoen mark. De hele infrastructuur was kapot, de huizen waren in slechte staat. De binnensteden en de dorpen waren verschrikkelijk verwaarloosd. De hele ecologie was naar de maan. Twee of drie kerncentrales moesten onmiddellijk worden uitgeschakeld, zo gevaarlijk waren ze. De bouw en de electronische industrie waren absoluut niet in staat om te concurreren met het westen. Oost-Duitsland had nooit een eigen staat kunnen worden. Toch is de mythe ontstaan, dat het westen het oosten heeft leeggeroofd. Mensen uit het oosten zeggen dat het westen hen geen ruimte heeft gelaten om het land op te bouwen, maar volgens mij is dat een sprookje. Het is heel gemakkelijk om te zeggen dat de Wessies alle banen hebben gestolen, maar als de Ossies hun bedrijven, met veel te veel medewerkers, hadden willen laten concurreren met bedrijven uit het westen, hadden ze zichzelf moeten ontslaan. Ze werkten verschrikkelijk onproduktief.
Een probleem dat de komende tien jaar zal groeien is dat van de generatie die gaat erven. Tijdens de wederopbouw na de oorlog zijn er in het westen veel kleine bedrijfjes gestart.
Veel mensen hebben in de loop van de tijd een eigen huis kunnen kopen en hebben nogal wat geld op de bank. Deze dragers van het ‘Wirtschaftswunder’ zijn nu tussen de zestig en de tachtig jaar. Binnenkort worden er miljarden marken geërfd in het westen, gemiddeld vier ton per persoon. In het oosten valt er aanzienlijk minder te erven. Het wordt het grote verschil tussen het oosten en het westen, het onnodige geld, want de meesten hebben het niet nodig. Ze hebben al een eigen woning, ze hebben een carrière opgebouwd. Dankzij mijn tante heb ik mijn auto en mijn tweede huis.
Meteen na de val van de muur kochten veel westerlingen goedkope kerken en boerderijen in Oost-Duitsland, in de Uckermark of rondom de Mecklenburgse Seeplatten. Er werd veel geld ingestopt voor de verbouwing en nu zijn ze veel geld waard.
Je hebt het niet voor het zeggen of je wordt geboren in een miljonairs- of een arme familie. Het onderscheid tussen arm en rijk is er ook in het westen, maar is veel duidelijker en zichtbaarder in de verhouding oost-west. En over tien jaar zal al het geld in het westen zijn.
Van de mensen uit de DDR hadden na 1989 alleen de hoge partijkaders veel geld. De politieke partijen in de DDR hadden veel kapitaal. Er is een aardige hoeveelheid boeken geschreven over wat er met het vermogen van de SED (Soziale Einheitspartei Deutschland) is gebeurd. Het is volstrekt onduidelijk. Er wordt gezegd dat de PDS, een kleine socialistische partij waarin veel voormalige Oost-Duitsers zitting hebben, het heeft geërfd. Er zijn nog steeds processen aan de gang over de vraag waar dat kapitaal naar toe moet, naar de PDS of naar de staat Duitsland. Het geld van de andere politieke partijen uit de DDR, de CDU-Oost en de FDP-Oost, is na de val van de muur in de kas van de landelijke partijen opgegaan. Deze partijen werden ook wel de ‘blokfluitpartijen’ genoemd. Ze waren op de zelfde manier georganiseerd als de SED, hadden dezelfde structuur. Het waren zelfstandige partijen maar vormden geen formele oppositie en waren nooit aan de macht.”
Zijn er veel cultuurverschillen tussen jou en de mensen die je kent uit Oost-Berlijn?
Kai: “Ik ken vooral veel mensen uit de kunstenaarsscène. Je moet niet vergeten dat er een enorm verschil was tussen de mensen uit die scène en mensen uit de dorpen rondom Berlijn. Vlak na de val van de muur heb ik veel oostvrienden geholpen met het invullen belastingpapieren. Pas toen werd me duidelijk wat ze allemaal moesten leren. Wat er gebeurt als je de huur niet betaald en welke verzekeringen je wel, en welke je niet af moet sluiten. Alles was nieuw voor ze. Er kwamen veel verzekeringsagenten naar het oosten, die ze moesten zien te ontwijken, die hebben na 1989 veel verdiend. Arbeidskontrakten zijn collectief weggevallen. Daar werd op twee manieren op gereageerd. De ene groep vond het verschrikkelijk, maar begreep dat ze iets nieuws moesten gaan doen. De tweede groep verviel massaal in een depressie. Een collega van me ging lesgeven in Chemnitz. Hij vertelde dat de slimme studiekoppen naar het westen gingen, degenen die daartoe de moed ontbrak, bleven in Chemnitz. Dat is rampzalig. Hele streken zijn in depressie geraakt. Die mensen gaan daar ook niet meer weg. Anderen daarentegen, die zijn mee veranderd en die de depressie achter zich hebben, zijn op interessante ideeën gekomen. Ze zijn een café, een galerie, in ieder geval iets heel anders begonnen. Dat beweegt en is spannend.
Vooral in 1991 en 1992 kreeg ik veel vragen van mensen uit het oosten, die geen Wessie me ooit heeft gesteld. Vragen over de zin van het leven, over wat belangrijk is en over het waarom van allerlei dingen. Het was voor mij sociaal exotisme voor de huisdeur. We spreken dezelfde taal maar hebben andere gedachten, een andere socialisatie.
Het bittere is dat de DDR voor veel linkse mensen op een abstracte manier de betere staat was. We wilden er alleen niet wonen. Dat speelde overal in het westen, maar voor West-Duitsers was die staat de buurman. De Stasi was bijvoorbeeld ontzettend kleinburgerlijk, wij linksen wisten niet eens dat die Stasi zo alom vertegenwoordigd was. De DDR was voor velen het socialistische tegenontwerp van het kapitalisme.
De verkeerden hebben gewonnen, maar het was verschrikkelijk als de goeden hadden gewonnen.”
zondag 4 april 1999
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten